• MONslider2

Voor zorgaanbieders

Hoe wij samenwerken met zorgaanbieders.


Als zorgaanbieder bent u wettelijk verplicht cliënten te informeren over en toestemming te vragen voor zorg- en behandelplannen. Als uw cliënt niet in staat is daarover beslissingen te nemen, biedt de wet verschillende vormen van vertegenwoordiging. Mentorschap is er daar één van.
Naar verwachting zal de Eerste Kamer in 2017 het wetsvoorstel Zorg en Dwang goedkeuren. Met deze wet krijgt u de verplichting om vertegenwoordiging aan te vragen voor cliënten die moeite hebben de regie over hun leven te houden. Mentorschap Overijssel Gelderland ondersteunt daar graag bij.
In de veelgestelde vragen zie hieronder vindt u meer informatie over het verloop van de samenwerking tussen een mentor en u als zorgaanbieder. Wilt u meer weten over de mogelijkheid om mentoren in uw organisatie in te zetten of heeft u een andere vraag? Neem dan contact op met onze coördinatoren.

 

FAQ

1. Wat kan een mentor voor zorgaanbieders betekenen?
Onze mentoren bezoeken hun cliënt regelmatig. Zij zijn zeer betrokken en kennen de wensen en behoeften van hun cliënt. Dit maakt een mentor voor zorgaanbieders een betrokken aanspreekpunt. Wanneer de cliënt moeite heeft beslissingen te nemen, kan de zorgaanbieder met de mentor overleggen. Het resultaat is een juiste aansluiting tussen het aanbod van de zorgaanbieder en de behoefte van de cliënt. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de zorg die de cliënt ontvangt.
De basis van de samenwerking tussen mentoren en zorgverleners is hun gemeenschappelijke doel: het leven van de cliënt zo aangenaam mogelijk te maken door het realiseren van kwalitatief goede zorg en ondersteuning. In een situatie waarin de cliënt dat zelf niet kan, nemen de mentor en de zorgaanbieder elk vanuit hun eigen kader de best mogelijke beslissing voor de cliënt.

2. Hoe kan de zorgaanbieder bijdragen aan een goede invulling van het mentorschap?
Dit kan door:
•    de regionale stichting te ondersteunen bij het vinden van de juiste mentor en bij de kennismaking tussen de kandidaat-mentor en de cliënt;
•    met de mentor goede afspraken te maken;
•    de mentor wegwijs te maken in de organisatie;
•    de medewerkers te informeren over de benoeming van de mentor en diens (wettelijke) taken en bevoegdheden. Onze stichting kan hierbij ondersteunen middels voorlichting;
•    de mentor te betrekken bij de verpleging, verzorging en behandeling van de cliënt;
•    de mentor te betrekken bij activiteiten voor familie en/of vrijwilligers;

3. Wanneer vraagt u mentorschap aan voor een cliënt?
U kunt mentorschap aanvragen voor meerderjarige cliënten die deels, tijdelijk of volledig wilsonbekwaam worden beschouwd. Een cliënt is wilsonbekwaam als hij:

•    de informatie over zijn ziekte of de behandeling niet kan begrijpen,
•    niet in staat is om zelf een besluit te nemen,
•    de gevolgen van een eventueel genomen besluit niet kan overzien.
Bij de bepaling van de wilsonbekwaamheid kan de zorgaanbieder rekening houden met (het samenspel van) de volgende onderwerpen:
•    de ingrijpendheid van een onderzoek of behandeling,
•    het ziekte-inzicht van de cliënt,
•    het vermogen om de aard en consequenties van de (weigering van de) behandeling te overzien.

4. Wie bepaalt de wilsbekwaamheid van een cliënt?
Het is aan de zorgaanbieder om bij een behandelingsbeslissing de wilsbekwaamheid van de cliënt te beoordelen, eventueel na overleg met het behandelteam of een second opinion. Als de cliënt een mentor of andere vertegenwoordiger heeft, is het ook aan hem om zich een beeld te vormen van de wilsbekwaamheid van de cliënt.
De zorgaanbieder legt de beoordeling en de mate van de wilsbekwaamheid vast in het dossier van de cliënt. Daarin beschrijft hij de inhoud van en de wijze waarop de informatie aan de cliënt is verstrekt en de wijze waarop tot de beslissing over de wilsbekwaamheid tot stand is gekomen. Uiteindelijk kan een klachteninstantie, de tuchtrechter of de gewone rechter deze beslissing toetsen. De beoordelaar zal dan over die beslissing verantwoording moeten afleggen.
De zorgaanbieder heeft de verantwoordelijkheid een goed hulpverlener te zijn. Dit betekent dat de mentor een zorgaanbieder niet kan dwingen een behandeling te verrichten die hij of een andere vertegenwoordiger als wenselijk zien, maar die de zorgaanbieder niet verenigbaar acht met de zorg van een goed hulpverlener.

5. Wat te doen bij verzet van de cliënt?
Als een cliënt zich verzet tegen een verrichting, waarvoor de mentor of een andere vertegenwoordiger toestemming heeft gegeven, kan de zorgaanbieder die verrichting alleen uitvoeren indien dit nodig is om ernstig nadeel voor de cliënt te voorkomen.

6. Verschil van mening tussen mentor en zorgaanbieder
Bij een meningsverschil tussen de mentor en de zorgaanbieder kan open overleg, met respect voor ieders positie en gezichtspunt, begrip en oplossing bieden. Wanneer dat niet volstaat, kan de zorgaanbieder contact opnemen met de coördinator van onze stichting. Deze zal helpen een oplossing te zoeken. Daarnaast kan de zorgaanbieder een klacht indienen bij de klachtencommissie van Mentorschap Nederland. Dit kan via de klachtencontactpersoon van onze stichting.